NLP vooronderstellingen

Er zijn een aantal typische kernovertuigingen waarmee NLP werkt. NLP claimt niet dat deze overtuigingen juist of waar zijn. Ze dienen als uitgangspunten en worden beoordeeld op enerzijds de waarden die erin worden gerealiseerd en anderzijds de bruikbaarheid voor het bereiken van doelen. Deze bruikbaarheid betekent concreet dat je leert hoe je overtuigingen als hulpbron kan gebruiken.

 

Hierna vind je enkele van de NLP-overtuigingen (ook wel “NLP-vooronderstellingen genoemd) die in de meeste opleidingsinstituten worden  gehanteerd:

 

  1. Ieder individu denkt/voelt en handelt vanuit zijn eigen wereldmodel. Kernachtig geformuleerd: "De kaart is niet het gebied.”

Ieder heeft een eigen kaart van de buitenwereld. Dit wordt het wereldmodel genoemd. Op grond daarvan kom je tot keuzes en handelingen. Elke communicatie en elk veranderingswerk zal dus rekening houden met het feit dat de ander anders denkt en dat de kennis van het wereldmodel van de ander noodzakelijk is om adequaat te kunnen beïnvloeden en communiceren.

 

  1. Ieder gedrag is, voor de persoon die het gedrag stelt, de beste keuze die op dat moment beschikbaar is.

Ook al heb je veel spijt van een gedrag dat je gesteld hebt; ook al zie je het nu helemaal anders en kan je nauwelijks nog begrijpen waarom jij of iemand anders dat gedrag stelt, toch is dat gedrag op dat moment met de beperktheid van informatie het meest zinvolle. Elk gedrag wordt immers bepaald door een bepaalde functionele relatie binnen het systeem.

 

  1. Aan de basis van elk gedrag ligt een positieve intentie.

Vermits binnen een systeem elk element in een functionele relatie staat met een ander element kan je stellen dat elk gedrag een functie of positieve intentie heeft. Het gedrag kan moreel verwerpelijk zijn, toch heeft het gedrag een intra-persoonlijke en mogelijks inter-persoonlijke functie in het geheel. Het labelen van de ervaring als “hindernis” is daarom ook een Ik-constructie, terwijl een bepaald gedrag, een gedachte of emotie voor het systeem steeds een positieve functie heeft.

 

  1. Je hebt hulpbronnen om je doelen te bereiken.

Om een verandering tot stand te brengen, kan je in jezelf zoeken naar die gedachten, gevoelens en gedragingen die verandering mogelijk maken. Je hebt onbewust mentale en gedragmatige keuzemogelijkheden waaruit je kan putten. Het probleem is dat je niet altijd toegang hebt tot je hulpbronnen. Heb je ze echt niet, dan kan je ze van een ander overnemen.

 

  1. Falen bestaat niet, alles is feedback.

Alles wat er in je leven gebeurt, is feedback in je leerproces. Elke situatie waarin je je bevindt, is een resultaat en dat kan je gebruiken om bij te leren (feedback) en in de toekomst effectiever te zijn. Falen zou willen zeggen dat je een toestand bereikt die je niet wil. Het aanvaarden van je situatie als een resultaat schakelt de ervaring in een sequentie van een leerproces en niet als eindpunt met een negatieve emotie. Een verdere implicatie lijkt ook te zijn: als falen niet bestaat, bestaat succes ook niet.  Succes staat net als falen in functie van Ik-geconstrueerde doelen.

 

  1. Schep vrijheid van keuze in gedachten, emoties en gedrag: “Er is altijd een andere keuze mogelijk”.

Ga ervan uit, ook al zie of voel je geen andere optie, dat er toch keuze is.  Bij het nastreven van de gestelde doelen is het belangrijk dat je flexibiliteit hebt in je acties.  Als het ene niet werkt, probeer je het andere, tot wanneer je iets hebt dat werkt.